
De Pastoor en de Mooie Jongen
Algemeen Dagblad Magazine/ Anno van der Heide/ 14 juli 2001
Ze brachten hun jeugd door in hetzelfde dorp en maakten muziek in de kassen. Nog steeds vinden Maarten van der Helm en Daniel Lohues van de band Skik het platteland te gek.
Maarten van der Helm: "We kennen elkaar al zo'n 25 jaar, we zijn bijna familie. Op de lagere school in Erica zat Daniel bij mijn zusje in de klas, met wij hij bevriend was. Daniel liep altijd in een spijkerpak, hij zat toen in zijn Shakin' Stevens-fase. Hij was een beetje verlegen. We waren een jaar of vijftien, toen Daniel met zijn neefje in een Stones-bandje zat en vroeg of ik wilde meedoen als basgitarist. Ik speelde geen basgitaar, maar Daniel zei; 'Dat leren we je wel.' Elke zaterdag repeteerden we bij mijn ouders in de kassen, of bij Daniels ouders in de schuur. Daarna gingen we uit in Emmen, of fietsen, vissen of wandelen. Bij ons blijft iets zelden bij alleen gelul. Met een aantal jongens spraken we af op fietsvakantie naar Duitsland te gaan. Uiteindelijk ging alleen Daniel mee. Wij doen zoiets gewoon, met volgestouwde fietstassen en een tent van tien kilo achterop. Boven op een berg aten we stokbrood met ei en salami, we waren intens gelukkig.
Op zijn negentiende verhuisde Daniel naar Utrecht, om gitaar te spelen in The Charlies, die uit Emmen kwamen. Ik studeerde aan de Pabo in Groningen en drummer Marlen werkte als landmeter in Duitsland. Muzikaal gezien spraken we elkaar enkele jaren niet, maar we zagen elkaar geregeld. Daniel voelde zich niet thuis in Utrecht, waar hij op zo'n klein kutkamertjes driehoog-achter woonde. Hij had heimwee en ging vaak naar Erica. Dat had ik het eerste jaar in Groningen ook, toen ik geschiedenis studeerde. We hebben de draad weer opgepakt. Skik is voor ons beiden even belangrijk. Toch is Daniel gedrevener dan ik. Hij leeft echt voor de muziek en zal tot zijn dood blijven spelen, terwijl muziek voor mij een momentopname is. Daniel wil ook produceren. En een klavecimbel kopen, waarop hij alle klavecimbelstukken van Bach wil leren spelen. Ik zou niet het beroep muzikant in mijn paspoort durven zetten. Wanneer de band ooit stopt ga ik misschien wel ontwikkelingswerk doen. Ook lesgeven vind ik leuk. Daniel is een componist, ik ben meer een teamspeler.
Een van de leukste dingen met Skik is het onderweg zijn. De bus is een heilige plaats. Bij optredens vinden sommige meisjes ons erg leuk, maar wat moet je ermee. Ik word er zelfs een beetje verlegen van. In het begin riepen meisjes voor het podium: 'Maarten, we love you.' Daar kreeg ik een rooie kop van. Vroeger keek ik de andere kant op omdat ik niet durfde te kijken. Tegenwoordig lach ik terug, maar ik ga zo'n meisje niet versieren.
We hebben nooit ruzie, al zijn er natuurlijk wel irritaties als je zo veel onderweg bent. Daniel is altijd zijn telefoon, zonnebril of agenda kwijt. Je kunt zeggen: 'Vent houd je spullen bij elkaar', maar hij is nu eenmaal niet zo opruimerig. In het algemeen is Daniel vrij vrolijk. Soms is hij een soort pastoor. Onderweg houdt hij geregeld een preek over muziek, het geloof of de Tweede Wereldoorlog. Dan is het wachten totdat hij klaar is voordat ik met hem in discussie ga. De laatste tijd maakt hij zorgen over het milieu. Laatst spraken we erover om met de band naar Canada te emigreren. Ik ga zo mee, het lijkt me leuk daar opnieuw te beginnen. Ook drummer Marlen en gitarist Marco willen mee. Onze ideeën lopen niet ver uiteen. Genieten van de goede dingen en je niet laten opnaaien door anderen en je eigen dingen. Onze vriendschap is heel vanzelfsprekend."
Daniel Lohues: "Ons verhaal begint pas echt bij de rock-'n-roll. Als kind wilde ik pastoor worden. Ik was altijd het in de kerk: als misdienaar, organist en hulpje van de pastoor. Maarten woonde aan de andere kant van het dorp, in het tuinbouwgebied.. Op de lagere school viel hij op omdat hij heel slim was. Ik keek tegen hem om want hij zat een klas hoger. Ik ging vooral met zijn zusje Heidi om. Maarten kon geweldig goed voetballen, terwijl ik tot mijn vijftiende nooit op een voetbalveld ben geweest. Mijn vader leerde me orgelspelen. Eerst hielp ik de registers uittrekken, later mocht ik de baspedalen indrukken. Ik speelde voor het eerst echt kerkorgel toen ik zeven was. Niemand zag dat. Van bovenuit de orgelgalerij zag ik Maarten naast zijn zusje en ouders zitten. We zijn katholiek opgevoed. In mijn pubertijd luisterde ik naar The Rolling Stones en zat ik in Stones-bandjes. Daarmee zette ik me af tegen de tijdgeest van de Dire Straits. Ook Maarten was Stonesfan, met zijn haardos leek hij sprekend op Keith Richards. Toen we een nieuwe bassist zochten, vroegen we Maarten. Hij kocht een basgitaar, ging oefenen en kende binnen een week het hele Stones-repertoire uit zijn hoofd. Maarten is de hardste werker in de rock-'n-roll die ik ken. Hij is een doorzetter. We groeiden steeds meer naar elkaar toe. We zijn heel verschillend, maar nemen wel dingen van elkaar aan. Maarten heeft een rijke fantasie, maar is tegelijkertijd heel nuchter en rationeel. Ik bedenk mijn eigen wereld. Ik ben somber, vrolijk, vreselijk eigenwijs en ontzettend meegaand. Alles tegelijk, wat lastig is. Maarten heeft de bandleden geleerd eerlijk te zeggen hoe zaken ervoor staan. Dat directe hebben we thuis niet meegekregen, dat is niet erg Drents. Zodra we met bandjes begonnen, zijn we gestopt met naar de kerk te gaan. Wel ben ik gelovig. Ik denk veel na over die religieuze materie en probeer uit te zoeken wat er klopt van de christelijke cultuur. Maarten kent alle katholieke kerstliedjes uit zijn kop, maar verder benadert hij het geloof rationeel. Ik kan zodanig relativeren dat ik vind dat wij slechts dieren zijn of een plukje mos. Dat is zelfbescherming, zodra ik doordenk over het milieu word ik zo depressief als het maar kan. Sinds kort woon ik weer in Erica en heb daar een geweldige plek. Toch denk ik elke dag aan emigreren sinds ik in Canada ben geweest. Meer ruimte dan in Zuidoost Drenthe vind je niet in Nederland. De huizen aan de horizon zijn nu vijf kilometer dichterbij dan toen ik kind was. De economische vooruitgang is het enige wat telt in Nederland. Waarom houden we de welvaart niet zoals hij momenteel is!
Wanneer de band langskomt kook ik en spelen we akoestisch. Vorige weet at ik met Maarten tot zeven uur 's morgens bij de open haard en draaiden we Glenn Gould. Het platteland is te gek. Als je tot zonsopgang wakker blijft, zie je herten en zwanen. Ik wil graag een jaar in New York wonen, maar dan moet ik de horizon kunnen zien. Als plattelander moet je het weer zien aankomen. Soms nemen we elkaar vreselijk in de maling. Een tijdlang heb ik Maarten aangekondigd als de mooiste jongen van de band, dan gingen de meisjes gillen. Wat we meemaken is een jongensdroom, al vijf jaar lang rijden we van festival naar festival. Dat maakt onze verbondenheid verschrikkelijk sterk, net als met de andere bandleden. We zitten in een sneltrein, we gaan overal en nergens heen. Net als in ons liedje."










